Waarom een groot magazijndak vraagt om bliksembeveiliging
Een magazijn is precies het type gebouw dat bliksem aantrekt. Het is hoog, het heeft een groot vlak dak en het staat vaak vrij op een bedrijventerrein zonder hogere gebouwen eromheen. Een directe inslag kan brand veroorzaken, de constructie beschadigen en de elektronica in het gebouw in een klap onbruikbaar maken.
Toch staat bliksembeveiliging bij veel magazijnen niet hoog op de agenda, omdat een inslag zeldzaam voelt. Het punt is dat de gevolgen enorm zijn wanneer het wel gebeurt: een brand in een volle hal, uitval van de systemen en mogelijk letsel. Daarom kijkt de norm niet naar de kans alleen, maar naar de combinatie van kans en gevolg.
In dit artikel leest u wanneer bliksembeveiliging voor uw magazijn nodig is, wat de norm NEN-EN-IEC 62305 vraagt, hoe de risicoanalyse werkt, uit welke onderdelen een installatie bestaat en hoe vaak u die moet laten inspecteren.
Wat is NEN-EN-IEC 62305
NEN-EN-IEC 62305 is de internationale norm voor bliksembeveiliging. Sinds de invoering ervan is dit in Nederland de geldende norm voor nieuw aan te leggen installaties. De norm beschrijft het volledige traject: van de vraag of beveiliging nodig is tot het ontwerp, de aanleg en de periodieke inspectie.
De norm is opgebouwd uit meerdere delen. Deel 1 geeft de algemene principes, deel 2 behandelt het risicomanagement met de risicoanalyse, deel 3 gaat over de fysieke bescherming van het gebouw tegen schade en letsel, en deel 4 over de bescherming van elektrische en elektronische systemen in het gebouw. Samen vormen ze een sluitend geheel.
Belangrijk is dat de norm bliksembeveiliging niet als een los kastje ziet, maar als een systeem. De NEN-norm behandelt de opvang van de inslag, de afvoer naar de aarde en de bescherming van de elektronica als samenhangende onderdelen die op elkaar moeten aansluiten.
Wanneer is bliksembeveiliging verplicht
Er is geen bepaling die voor elk magazijn zonder meer een bliksembeveiliging voorschrijft. De verplichting ontstaat indirect, langs drie lijnen. De eerste is de zorgplicht uit de Arbowet en het Arbeidsomstandighedenbesluit om werknemers een veilige werkplek te bieden, ook bij onweer, een zorgplicht waar de Nederlandse Arbeidsinspectie op toeziet.
De tweede lijn is uw eigen risicobeoordeling. Als uit de RI&E of uit een risicoanalyse volgens de norm blijkt dat een inslag een reeel gevaar vormt, wordt beveiliging een logische en soms noodzakelijke maatregel. De derde lijn is de verzekeraar, die bliksembeveiliging als voorwaarde in de polis kan opnemen, zeker bij een pand met een hoge waarde of veel voorraad.
De praktische conclusie is dat de vraag niet is of er een algemene plicht bestaat, maar of uw specifieke situatie om beveiliging vraagt. Die vraag beantwoordt u met een risicoanalyse, en dat is precies wat de norm voorschrijft als eerste stap.
De risicoanalyse als startpunt
De kern van de norm is de risicoanalyse volgens deel 2. Die berekent het risico op basis van meerdere factoren en vergelijkt dat met een aanvaardbaar niveau. Pas als het berekende risico te hoog is, is beveiliging nodig, en de analyse bepaalt dan ook hoe zwaar die moet zijn.
In de analyse wegen onder meer de hoogte en de oppervlakte van het gebouw mee, de ligging in het landschap, het aantal mensen dat binnen aanwezig is, de aard van de opgeslagen goederen en de gevolgen van uitval of brand. Een hoog, vrijstaand magazijn vol brandbare goederen scoort op vrijwel al die punten ongunstig.
Van risico naar beveiligingsklasse
De uitkomst van de analyse is niet alleen een ja of nee, maar een beveiligingsklasse. De norm kent vier klassen, van klasse I voor het hoogste beschermingsniveau tot klasse IV voor het laagste. De klasse bepaalt hoe fijnmazig het opvangnet op het dak is, hoe zwaar de afleiders zijn en hoe streng de inspectietermijn.
Die klasse werkt door in het hele ontwerp en in het onderhoud. Een magazijn dat in klasse I of II valt, krijgt een zwaardere installatie en een kortere inspectiecyclus dan een gebouw in klasse IV. De risicoanalyse is dus niet een formaliteit vooraf, maar de basis waar alle latere keuzes uit volgen.
Waaruit een bliksembeveiliging bestaat
Een complete bliksembeveiliging bestaat uit een uitwendig en een inwendig deel. Het uitwendige deel vangt de inslag op en voert die veilig naar de aarde af. Dat gebeurt met opvanginrichtingen op het dak, met afleiders langs de gevel en met een aardingssysteem dat de stroom in de bodem verspreidt.
Het inwendige deel beschermt de installatie en de apparatuur binnen tegen de spanningspieken die een inslag veroorzaakt. Daarvoor zorgen potentiaalvereffening en overspanningsbeveiliging in de verdeelinrichtingen. Zonder dat inwendige deel kan een inslag die het gebouw fysiek overleeft alsnog alle elektronica beschadigen.
Die tweedeling laat zien waarom bliksem- en overspanningsbeveiliging bij elkaar horen. Het onderwerp overspanning is zo belangrijk dat het een eigen behandeling verdient, uitgewerkt in het artikel over overspanningsbeveiliging in het magazijn.
Zonnepanelen en bliksembeveiliging
Steeds meer magazijndaken liggen vol met zonnepanelen, en dat heeft gevolgen voor de bliksembeveiliging. De panelen brengen metalen frames en meters bekabeling op het dak, precies op de plek waar de inslag binnenkomt. Een verkeerd uitgevoerde combinatie kan de bliksemstroom een ongewenste weg door de installatie geven.
Bij een dak met panelen moet de bliksembeveiliging daarom samen met de PV-installatie worden ontworpen, met aandacht voor de scheidingsafstand en de aarding. Bovendien vraagt de gelijkspanningszijde van de panelen om eigen overspanningsbeveiliging. Dat sluit aan op de brandrisico's die ook een rol spelen bij de SCIOS Scope 12 inspectie van zonnepanelen.
Wat wordt er bij de inspectie gecontroleerd
Een bliksembeveiliging is een buiteninstallatie die jarenlang blootstaat aan weer, corrosie en werkzaamheden aan het dak. De inspectie controleert of het systeem nog compleet en werkzaam is. De inspecteur beoordeelt de opvanginrichtingen, de afleiders en de verbindingen op beschadiging, corrosie en loszittende delen.
Vervolgens komt de aarding aan bod. De inspecteur meet de aardverspreidingsweerstand en controleert of het aardingssysteem nog voldoet, want juist daar tast corrosie de werking ongemerkt aan. Ook de potentiaalvereffening en de overspanningsbeveiliging in het inwendige deel worden beoordeeld.
Belangrijk is de controle op aanpassingen aan het gebouw. Een nieuwe dakopbouw, een uitbreiding of een zonnepaneleninstallatie kan de beveiliging hebben aangetast of ontoereikend hebben gemaakt. De inspecteur legt de bevindingen vast in een rapport met de gebreken en de hersteltermijn.
Hoe vaak moet u inspecteren
De installatie moet periodiek worden gecontroleerd, want de werking gaat langzaam achteruit zonder dat u dat ziet. De termijn hangt samen met de beveiligingsklasse uit de risicoanalyse en met de omgeving waarin de installatie staat. In de praktijk ligt de cyclus tussen de een en vijf jaar.
Een hogere beveiligingsklasse betekent een kortere inspectietermijn, omdat daar het risico en dus het belang van een betrouwbare werking groter is. Naast de periodieke inspectie is een controle verstandig na ingrijpende werkzaamheden aan het dak of de gevel, en na een bekende blikseminslag.
Behandel de inspectiedatum als een vervaldatum en neem hem op in uw keuringskalender, samen met uw andere keuringen. Een bliksembeveiliging die op papier bestaat maar jaren niet is gecontroleerd, geeft schijnzekerheid en kan bij een inslag alsnog falen.
Aandachtspunten voor een magazijn
De schaal van een magazijn maakt bliksembeveiliging bewerkelijker dan bij een klein pand. Een groot dak vraagt om een uitgebreid opvangnet en meerdere afleiders, en elke uitbreiding of verbouwing van de hal raakt het systeem. Houd de beveiliging daarom bij elke bouwkundige wijziging tegen het licht.
Let ook op de samenhang met de rest van uw veiligheidsbeleid. Een blikseminslag is een van de scenario's die tot brand kunnen leiden, dus de beveiliging hoort thuis naast uw brandveiligheid, uw ontruimingsplan en uw elektrische keuringen. Losse maatregelen die niet op elkaar aansluiten laten gaten vallen.
Neem de blikseminslag ten slotte expliciet mee in uw RI&E. Dat maakt van bliksembeveiliging geen losse technische keuze, maar een onderbouwde maatregel die past bij het risicoprofiel van uw gebouw en uw goederen.
Zo helpt Envora hierbij
Envora brengt in een compliance-scan in kaart of uw magazijn een bliksembeveiliging heeft, of er een geldige risicoanalyse en inspectie aan ten grondslag liggen en wanneer de volgende inspectie nodig is. De installatie komt daarbij naast uw overige keuringen in een centraal overzicht met vervaldatums en status.
De bliksembeveiliging krijgt een eigen plek met het inspectierapport, de risicoanalyse en de eerstvolgende inspectiedatum. U ziet in een oogopslag of de installatie nog aantoonbaar in orde is en welke actie op korte termijn nodig is. Bij een verzekeringsvraag, een controle of een incident heeft u het bewijs direct bij de hand.
Veelgestelde vragen
Er is geen wet die voor elk magazijn zonder meer een bliksembeveiliging voorschrijft. De verplichting ontstaat indirect: uit de zorgplicht in de Arbowet om een veilige werkplek te bieden, uit de uitkomst van uw RIE en uit de voorwaarden van uw verzekeraar. De norm NEN-EN-IEC 62305 met een risicoanalyse is de manier om te bepalen of beveiliging nodig is en in welke mate.
Dat is de internationale norm voor bliksembeveiliging. De norm bestaat uit meerdere delen: algemene principes, het risicomanagement met de risicoanalyse, de fysieke bescherming van het gebouw, en de bescherming van elektrische en elektronische systemen. Samen beschrijven ze hoe u een bliksembeveiligingsinstallatie ontwerpt, aanlegt en inspecteert.
Via een risicoanalyse volgens deel 2 van de norm. Die weegt factoren mee zoals de hoogte en oppervlakte van het gebouw, de ligging, het aantal mensen binnen, de aard van de opgeslagen goederen en de gevolgen van uitval. De uitkomst bepaalt of beveiliging nodig is en welke beveiligingsklasse, van klasse I voor het hoogste risico tot klasse IV voor het laagste.
Bliksembeveiliging vangt de directe inslag op en voert die veilig naar de aarde af, zodat het gebouw en de mensen beschermd zijn. Overspanningsbeveiliging beschermt de elektrische installatie en de apparatuur tegen de spanningspieken die een inslag of een schakelhandeling veroorzaakt. Ze horen bij elkaar: de norm behandelt beide als het uitwendige en het inwendige deel van dezelfde beveiliging.
De installatie moet periodiek worden gecontroleerd, want corrosie, beschadiging en aanpassingen aan het gebouw tasten de werking aan. De termijn hangt af van de beveiligingsklasse en de omgeving, en ligt in de praktijk tussen de een en vijf jaar. Een hogere beveiligingsklasse betekent een kortere inspectietermijn. Leg de datum vast zodat de inspectie niet verloopt.
Zonnepanelen brengen metalen delen en bekabeling op het dak die de bliksembeveiliging beinvloeden. De installatie moet zo worden uitgevoerd dat de panelen geen kortere weg voor de bliksemstroom vormen en dat er voldoende scheidingsafstand is. Bovendien vraagt de gelijkspanningszijde van de panelen om eigen overspanningsbeveiliging. Bliksem, PV en overspanning moeten als geheel worden ontworpen.
De inspectie hoort te gebeuren door een deskundige met kennis van NEN-EN-IEC 62305 die de installatie beoordeelt op ontwerp, uitvoering en staat. Die legt de bevindingen vast in een rapport met de geconstateerde gebreken en de hersteltermijn. Dat rapport is uw bewijs richting verzekeraar en inspectie dat de installatie in orde is.