BHV-verplichting voor uw magazijn? Plan een compliance scan voor een complete check. BHV verplicht? Check uw status. · BHV-plan, opleiding, AED en jaarlijkse oefening in één bundel Hoe het werkt →

BHV wanneer verplicht: drempels, uitzonderingen en boetes uitgelegd

Geschreven door Envora Laatst bijgewerkt op 27 april 2026 · Leestijd 10 minuten
Relevant voor

BHV is verplicht zodra u één medewerker in dienst heeft, ongeacht het aantal personeelsleden. De wettelijke basis is Arbowet artikel 15. Er bestaan geen kwantitatieve uitzonderingen, ook niet voor part-time, stagiair, ZZP'er die langer dan 4 weken inhuurt of uitzendkracht. Wel verschilt de omvang van de BHV-organisatie per situatie. De boete bij ontbrekende BHV loopt op tot 4.500 euro per overtreding plus persoonlijke aansprakelijkheid bij ongevallen.

Envora platform op iPad

In het kort

Wettelijke basis: Arbowet artikel 15

De BHV-verplichting komt voort uit één bepaling: Arbowet artikel 15. De tekst is kort maar dwingend: elke werkgever moet zich laten bijstaan door een of meer werknemers die hij heeft aangewezen om zorg te dragen voor de bedrijfshulpverlening. Geen uitzondering op grootte, sector of risico. Geen overgangsregeling voor kleine ondernemers. Vanaf het moment dat u een werknemer in dienst heeft, geldt de plicht om BHV te organiseren.

De wetgever koos bewust voor een open formulering. De omvang en invulling van de BHV-organisatie wordt afgestemd op de specifieke situatie: het aantal aanwezige personen, het risicoprofiel van de werkzaamheden, de aanrijdtijd van professionele hulpdiensten en de complexiteit van het gebouw. Deze afstemming gebeurt via de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), die voor elk bedrijf met personeel verplicht is.

BHV-organisatie in een magazijn met aandachtspunten op de werkvloer

Geen ondergrens in personeelsaantal

Een veelgemaakte denkfout in het MKB is dat BHV pas vanaf 10 of 25 medewerkers verplicht zou zijn. Deze drempels bestaan niet. De Nederlandse Arbeidsinspectie hanteert geen vrijstelling voor kleine ondernemers, en de jurisprudentie van de Raad van State bevestigt dit standpunt herhaaldelijk. Een eenmanszaak met één voltijds medewerker is even gebonden aan artikel 15 als een distributiecentrum met 250 personeelsleden.

De praktijk is wel proportioneel. Voor een eenmanszaak met één medewerker op een kleine kantoorlocatie bestaat de BHV-organisatie minimaal uit één opgeleide BHV'er, een EHBO-koffer, een ontruimingsplan en duidelijke afspraken over alarmering. Voor een magazijn met 25 medewerkers per ploeg, een sprinklerinstallatie en heftruckverkeer is een aanzienlijk grotere organisatie nodig met meerdere opgeleide BHV'ers, een AED, een geschreven BHV-plan en een jaarlijkse oefening.

Het misverstand met de NEN-norm

Veel ondernemers verwijzen naar oude NEN-normen die spreken van een ratio van 1 BHV'er per 50 medewerkers. Deze ratio's zijn richtlijnen, geen wettelijke drempels. Sinds 2007 is de wetgever expliciet teruggekomen op vaste ratio's en wordt de omvang van de BHV-organisatie bepaald door de RI&E. Een magazijn met 30 medewerkers en heftruckverkeer kan al snel 4 tot 6 BHV'ers nodig hebben, terwijl een kantoor met 80 administratieve medewerkers met 2 BHV'ers per locatie kan volstaan.

Wie zich laat leiden door verouderde ratio's loopt twee risico's: onderdimensionering met een boetekans bij inspectie, en bovendien onvoldoende dekking bij ploegendienst, verlof en ziekte. De rekensom blijft maatwerk en hoort onderdeel te zijn van een actuele RI&E, niet van een vuistregel uit de jaren negentig.

ZZP'ers, stagiairs en uitzendkrachten

De vraag wie meetelt voor de BHV-verplichting is in de praktijk vaak de meest verwarrende. De Arbowet hanteert het brede begrip 'arbeid' en niet het civielrechtelijke werknemerschap. Iedereen die onder uw gezag werkzaamheden verricht, valt onder uw zorgplicht en daarmee onder uw BHV-verantwoordelijkheid.

De ZZP'er zonder personeel

Een ZZP'er die uitsluitend voor zichzelf werkt en geen personeel of stagiairs heeft, valt buiten de BHV-plicht. Hij of zij is zowel werkgever als werknemer in één persoon. Zodra de ZZP'er één medewerker aanneemt, geldt artikel 15 onverkort, ook als die medewerker slechts één dag per week werkt of een leerling-kracht is.

De ingehuurde ZZP'er bij u op locatie

Wanneer u een ZZP'er inhuurt die op uw locatie werkzaamheden verricht, telt deze ZZP'er voor uw BHV-organisatie mee als aanwezig persoon. U bent verantwoordelijk om hem of haar te informeren over de ontruimingsprocedure, de locatie van de blusmiddelen en het aanspreekpunt bij een calamiteit. Dit is geen formele BHV-verplichting jegens de ZZP'er, maar een zorgplicht uit hetzelfde wetsartikel.

Uitzendkrachten en payroll

Uitzendkrachten zijn juridisch in dienst bij het uitzendbureau, maar werken onder uw aansturing. De Arbowet legt de zorgplicht voor de werkplek bij de feitelijk inlener: u. Voor de BHV-organisatie betekent dit dat een uitzendkracht volwaardig meetelt in het aanwezige personeelsaantal en dat hij of zij geïnformeerd moet worden tijdens de werkinstructie. De juridische werkgever heeft daarnaast eigen verplichtingen rondom opleiding en informatieverstrekking.

Stagiairs en leerwerktrajecten

Een stagiair die één dag per week aanwezig is, of een leerling-werknemer in een BBL-traject, telt voor de BHV-verplichting volwaardig mee. Bij ontruimingsoefeningen wordt rekening gehouden met de fysieke aanwezigheid op het moment van de oefening. Een onderwijsinstelling kan in een stage-overeenkomst aanvullende veiligheidsafspraken vastleggen, maar dit ontheft de stagebiedende werkgever niet van de zorgplicht.

RI&E bepaalt de omvang van de BHV-organisatie

De wetgever heeft de exacte omvang van de BHV-organisatie bewust niet vastgelegd, maar wijst voor de afstemming naar de risico-inventarisatie en -evaluatie. In de RI&E wordt per locatie geanalyseerd welke incidenten waarschijnlijk zijn, welke gevolgen die kunnen hebben en welke maatregelen nodig zijn om de eerste minuten na een incident te overbruggen. De omvang van de BHV-organisatie volgt uit deze analyse.

Concreet betekent dit dat de RI&E voor een magazijn vijf tot acht BHV-relevante risico's identificeert: heftruck-aanrijding, val van hoogte, brand in stellingmateriaal, beknelling, hartstilstand bij fysieke arbeid, struikelvallen op de pickroute, vallend product van hoge stelling, en bij koel- of vrieshuizen onderkoeling. Per risico wordt bepaald welke BHV-actie nodig is en hoeveel BHV'ers minimaal aanwezig moeten zijn om de actie binnen de aanrijdtijd van professionele hulp uit te kunnen voeren.

Rekenvoorbeeld magazijn 25 FTE, één ploeg, 1 gebouw: RI&E identificeert 4 hoog-risico-scenario's (heftruck-aanrijding, brand, val van hoogte, hartstilstand). Voor dekking tijdens verlof, ziekte en herhalingsopleiding wordt geadviseerd 4 BHV'ers op te leiden. Bij ploegendienst van 2 ploegen verdubbelt dit naar 8 BHV'ers in totaal.

Specifieke drempels voor magazijnen en distributiecentra

Voor magazijnen gelden geen aparte wettelijke BHV-drempels, maar de aard van de werkzaamheden creëert wel praktische bovengrenzen die in vrijwel elke RI&E terugkomen. Deze drempels zijn afkomstig uit branche-richtlijnen van VNO-NCW, evofenedex en TLN, en worden in de praktijk door de Arbeidsinspectie gehanteerd als toetsingscriterium.

Magazijn-situatieBHV-bezetting per ploegAanvullende eisen
Tot 25 FTE, geen ploegendienst, <5.000 m²Minimaal 2 BHV'ersEHBO-koffer, ontruimingsplan, AED aanbevolen
25-75 FTE, één ploeg, 5.000-15.000 m²Minimaal 4 BHV'ersAED verplicht, BHV-plan, jaarlijkse oefening
75-200 FTE, eventueel ploegendienst, 15.000-30.000 m²Minimaal 6 BHV'ers per ploegMeerdere AED's, ontruimingsplattegronden per zone
>200 FTE, ploegendienst, >30.000 m²Minimaal 8 BHV'ers per ploegBHV-coordinator, oefenrooster, PSU-overleg met externe hulpdienst

Bij koel- en vrieshuizen, opslag van gevaarlijke stoffen of automatisering met conveyor-systemen schaalt de BHV-organisatie verder op. Voor elk van deze situaties is de risico-inventarisatie leidend en kan de Arbeidsinspectie aanvullende maatregelen verlangen. Zie voor de wettelijke handhavingspraktijk de pagina van de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Ploegendienst en multi-locatie

Een veelvoorkomende valkuil is de aanname dat een BHV-organisatie volstaat voor een bedrijf dat in ploegendienst werkt. Dit is onjuist. Elke ploeg heeft een complete BHV-bezetting nodig, want een BHV'er die thuis is kan in 8 minuten geen reanimatie starten in het magazijn. Voor een magazijn met twee ploegen en de bovengenoemde minimale 4 BHV'ers per ploeg betekent dit een organisatie van 8 opgeleide BHV'ers in totaal, plus reservecapaciteit voor verlof, ziekte en opleiding.

Multi-locatie en regionale dekking

Voor bedrijven met meerdere locaties geldt de BHV-verplichting per locatie, niet per bedrijf. Een groothandel met drie distributiecentra in Nederland heeft drie afzonderlijke BHV-organisaties nodig, met een eigen BHV-plan, eigen opgeleide BHV'ers en eigen middelen op elke locatie. Centrale aansturing en uniforme procedures zijn aanbevolen voor consistentie en multi-site rapportage, maar ontheffen geen enkele locatie van de eigen verplichting.

Nachtploeg en weekenddienst

Een magazijn met nachtploeg of weekenddienst heeft tijdens deze uren een complete BHV-organisatie nodig. De aanwezigheid van slechts 5 medewerkers op zaterdag ontheft de werkgever niet van de BHV-plicht: ook in deze uren moet minimaal één opgeleide BHV'er aanwezig zijn die bij een hartstilstand een AED kan inzetten. Veel magazijnen vergeten dit en lopen daardoor bij een nachtelijk incident tegen een ontoereikende BHV-organisatie aan.

Bestaan er echte uitzonderingen op de BHV-plicht?

De vraag of er werkelijk situaties zijn waarin BHV niet vereist is, komt zowel uit zuinigheidsoogpunt als uit oprechte twijfel. Het korte antwoord: nauwelijks. De Arbowet kent slechts één expliciete uitzondering en een paar praktische beperkingen die in feite invullingsregels zijn.

De expliciete uitzondering: ZZP zonder personeel

De Arbowet is van toepassing op werkgevers en op zelfstandigen die werkzaamheden verrichten waarbij gevaar kan ontstaan voor derden. Een ZZP'er die alleen voor zichzelf werkt, geen personeel heeft en geen werkzaamheden voor derden verricht waarbij gevaar voor anderen kan ontstaan, valt buiten de BHV-plicht. Dit is in de praktijk een zeer beperkte categorie.

De praktische 'invulling op maat'

Wat vaak ten onrechte als uitzondering wordt gepresenteerd, is in werkelijkheid een proportionele invulling. De BHV-organisatie van een eenmanszaak met één part-time medewerker op een kantoorlocatie is minimaal: één opgeleide BHV'er, een EHBO-koffer, een eenvoudig BHV-plan op één A4. Dit is geen uitzondering op de plicht, maar een passende invulling. Wie zegt dat 'kleine bedrijven geen BHV nodig hebben' verwart dimensionering met dispensatie.

Geen sectorale uitzondering

Er bestaan geen sectorale uitzonderingen voor BHV. De wet geldt voor alle werkgevers, ongeacht of het gaat om kantoor, magazijn, horeca, zorg, bouw of detailhandel. Sectorspecifieke richtlijnen geven invulling aan de risico-analyse en de minimale bezetting, maar ontheffen geen enkele werkgever van de basisplicht.

Boetes en handhaving in 2026

De Beleidsregel boeteoplegging Arbowet 2024-2026 hanteert vaste boetebedragen voor het ontbreken of incompleet zijn van de BHV-organisatie. Deze boetes zijn bedoeld als afschrikwekkend en zijn de afgelopen jaren geleidelijk verhoogd. Bij recidive binnen 5 jaar of bij doelbewuste overtreding kan de boete fors hoger uitvallen.

TekortkomingEerste boeteRecidive (binnen 5 jaar)
Geen BHV-organisatie aanwezig3.000-4.500 euro+50% tot 100%
Geen schriftelijk BHV-plan3.000-4.500 euro+50% tot 100%
Onvoldoende opgeleide BHV'ers1.500-3.000 euro+50% tot 100%
Geen jaarlijkse oefening uitgevoerd1.500-3.000 euro+50% tot 100%
BHV-middelen ontbreken of niet gekeurd340-1.500 euro per middel+50% tot 100%

De Arbeidsinspectie hanteert daarnaast een escalatiematrix bij combinaties van tekortkomingen. Een werkgever zonder BHV-plan, zonder opgeleide BHV'ers en zonder jaarlijkse oefening kan bij één inspectiebezoek drie afzonderlijke boetes ontvangen die bij elkaar opgeteld 8.000 tot 12.000 euro bedragen. Bij ernstig letsel of overlijden door een tekortschietende BHV-organisatie kan de werkgever strafrechtelijk worden vervolgd op grond van artikel 32 Arbowet.

Strafrechtelijke aansprakelijkheid bij ongevallen

Naast de bestuursrechtelijke boete bestaat de strafrechtelijke route voor de Officier van Justitie. Bij een dodelijk ongeval of ernstig letsel waarbij de BHV-organisatie aantoonbaar heeft tekortgeschoten, wordt de werkgever (of feitelijk leidinggevende) vervolgd op artikel 32 Arbowet. De maximale straf is een gevangenisstraf van 1 jaar of een geldboete van de vierde categorie (in 2026: 22.500 euro). Daarnaast volgt vrijwel altijd een civielrechtelijke claim van slachtoffer of nabestaanden.

Wanneer moet u actie ondernemen?

Het antwoord op de hoofdvraag van dit artikel is eenvoudig: BHV moet op orde zijn voordat de eerste medewerker zijn of haar eerste werkdag begint. Wachten tot na een eerste inspectiebezoek of tot na een groei van het personeelsbestand is in geen enkele situatie een verdedigbare keuze.

De starter: BHV op dag één

Voor een nieuwe werkgever of een bedrijfsoprichter die de eerste medewerker aanneemt, is een pragmatische BHV-startset op dag één voldoende: één opgeleide BHV'er (mogelijk de werkgever zelf), een EHBO-koffer, een ontruimingsplan op één A4 en een afspraak met een externe BHV-aanbieder voor jaarlijkse oefening. De totale opstart kost circa 400 tot 800 euro plus de basisopleiding van 150 tot 300 euro per BHV'er.

De groeier: BHV bij elk schaalmoment opnieuw evalueren

Een bedrijf dat groeit van 5 naar 25 of 50 medewerkers moet de BHV-organisatie bij elk significant schaalmoment opnieuw evalueren. Concreet: bij elke nieuwe locatie, bij elke verbouwing met grotere risico's, bij elke nieuwe ploeg of bij elke uitbreiding boven de 25 FTE. Een actuele RI&E vormt de basis voor herdimensionering en de Arbeidsinspectie verwacht een helder besluitspoor in het BHV-plan.

De gevestigde werkgever: jaarlijkse review en evaluatie

Een bestaande werkgever evalueert jaarlijks de BHV-organisatie als onderdeel van de RI&E-cyclus. Belangrijke vragen: zijn er nog voldoende BHV'ers aanwezig in elke ploeg, is de basisopleiding van elke BHV'er nog geldig (maximaal 18 maanden zonder herhaling), is de jaarlijkse oefening uitgevoerd en geëvalueerd, zijn de middelen recent gekeurd en aangevuld? Een digitaal compliance-platform of een externe BHV-partner houdt deze cyclus voor u bij; voor een diepgaande beschrijving van het BHV-plan zelf, zie het artikel BHV-plan: template en jaarlijkse review voor magazijnen.

Conclusie: BHV is verplicht, altijd, voor elke werkgever

De vraag wanneer BHV verplicht is, kent één antwoord: vanaf de eerste medewerker, ongeacht contractvorm, omvang of sector. Wat verschilt is de proportionaliteit van de organisatie. Een eenmanszaak met één medewerker volstaat met een minimale opzet, een magazijn met ploegendienst vereist een complete organisatie per ploeg per gebouw. De RI&E is het instrument dat de juiste dimensionering bepaalt en de Arbeidsinspectie hanteert vaste boetebedragen bij ontoereikende invulling. Wie de BHV-organisatie vooruit plant en jaarlijks evalueert, voldoet aan artikel 15 en heeft tegelijk de operationele zekerheid dat de eerste minuten na een incident gedekt zijn.

Veelgestelde vragen

BHV is verplicht vanaf de eerste medewerker. Arbowet artikel 15 kent geen ondergrens in personeelsaantal. Of u nu één part-time medewerker in dienst heeft of honderd voltijds personeelsleden, de BHV-verplichting geldt. Wat verschilt is de omvang van de BHV-organisatie: deze wordt afgestemd op de risico's en het aantal aanwezige personen via de risico-inventarisatie en -evaluatie.

Ja. Een stagiair, vakantiekracht, oproepkracht of uitzendkracht telt voor de BHV-verplichting volwaardig mee. De Arbowet maakt geen onderscheid op contractvorm of duur. Zodra iemand werkzaamheden voor u verricht onder uw gezag, draagt u verantwoordelijkheid voor zijn of haar veiligheid. Dit betekent ook dat een schoolstagiair die één dag per week aanwezig is, meegerekend wordt in de aanwezigheid bij ontruimingsplanning.

Niet als u alleen voor uzelf werkt zonder eigen personeel. Een eenmanszaak zonder werknemers, stagiairs of inhuurkrachten valt buiten de BHV-plicht. Zodra u één medewerker in dienst neemt of een stagiair laat starten, geldt de verplichting onverkort vanaf dag één. Het is verstandig de BHV-organisatie vooraf voor te bereiden zodat u op de eerste werkdag voldoet.

Uitzendkrachten en payroll-medewerkers tellen mee voor uw BHV-verplichting als feitelijk inlener. De juridische werkgever (uitzendbureau of payroll-onderneming) heeft een eigen Arbowet-verplichting, maar u bent verantwoordelijk voor de BHV-organisatie op de werkplek. In de praktijk betekent dit dat een uitzendkracht meetelt in het aanwezige personeelsaantal voor BHV-bezetting en dat hij of zij geïnformeerd moet worden over de BHV-procedure tijdens de werkinstructie.

Nee. De Arbowet kent geen uitzondering op basis van bedrijfsgrootte, sector of risicoprofiel. Wel kan de BHV-organisatie bij een laag risicoprofiel zeer compact zijn: voor een eenmanszaak met één medewerker volstaat één opgeleide BHV'er, een EHBO-koffer en een ontruimingsplan. Voor een magazijn schaalt de organisatie op vanwege heftruckverkeer, hoogteverwerking en brandlast in de stellingen.

De Beleidsregel boeteoplegging Arbowet legt boetes op van 1.500 tot 4.500 euro per overtreding voor het ontbreken of incompleet zijn van de BHV-organisatie. Bij recidive binnen 5 jaar wordt de boete met 50 tot 100 procent verhoogd. Bij een ongeval waarbij hulpverlening tekortschiet, kan de werkgever strafrechtelijk worden vervolgd op grond van artikel 32 Arbowet voor dood of ernstig letsel door grove schuld of nalatigheid.

Reguliere inspecties richten zich primair op de RI&E en concrete keuringen, maar de BHV-organisatie wordt bij elke inspectie meegenomen. Bij een ongeval, een melding van een werknemer of een ondernemingsraad, of bij een sectorbrede actie volgt vrijwel altijd een diepgaande BHV-controle. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft jaarlijks circa 12.000 inspecties; bij circa 30 procent wordt een BHV-tekortkoming geconstateerd.

Nee. De verplichting geldt vanaf medewerker één. Wachten is een bewuste schending van Arbowet artikel 15 en levert bij een controle of incident direct een boete op. Praktisch advies: regel de BHV-organisatie in de aanloop naar de eerste indiensttreding zodat u op dag één een opgeleide BHV'er, een EHBO-koffer en een eenvoudig BHV-plan beschikbaar heeft. Opschalen naar een complete organisatie kan stapsgewijs naarmate uw bedrijf groeit.

Neem contact op met onze adviseurs

Wilt u weten of Envora past bij uw locaties? Of heeft u een specifieke vraag over slaapruimtemonitoring, het GGD-rapport of de installatie? Wij beantwoorden het binnen één werkdag.

Spaces Vijzelstraat, Amsterdam

Veelgestelde vragen

Envora is een managed service voor luchtkwaliteitmonitoring in de kinderopvang. Wij plaatsen professionele sensoren in elke ruimte, meten continu 6 parameters (CO₂, fijnstof, TVOC, vochtigheid, temperatuur en formaldehyde) en leveren rapportages die voldoen aan de normen van de GGD, het Bouwbesluit en het RIVM. U beheert alles vanuit één centraal platform.

De pilotmeting is een eenmalige meting op 1 locatie. Wij installeren sensoren in de gewenste ruimtes (circa 15 minuten per ruimte, zonder boren), meten de luchtkwaliteit en leveren een rapport met meetresultaten, conclusies en advies. U zit nergens aan vast.

De pilotmeting kost €479 per locatie. Dit is eenmalig en inclusief installatie, meting en rapport met advies. Er is geen abonnement of opzegtermijn aan verbonden.

Ja. Het rapport bevat continue meetdata per ruimte, getoetst aan de normen uit het Bouwbesluit 2012 en de RIVM-richtlijn 2023. GGD-inspecteurs beoordelen op aantoonbare naleving, het Envora-rapport levert exact die onderbouwing, inclusief trendgrafieken en compliance-scores.

Ja. Het Envora-platform is gebouwd voor multi-locatiebeheer. U ziet real-time data van elke ruimte op elke locatie in één dashboard. Bij een normoverschrijding op locatie 4 krijgt u direct een melding, ook als u op locatie 1 zit.

Installatie duurt circa 15 minuten per ruimte. De sensoren worden draadloos gemonteerd zonder boren of kabeltrekken. Een volledige locatie met 5 ruimtes is binnen een ochtend operationeel, zonder hinder voor de dagelijkse opvang.

Met het verzenden van dit bericht gaat u akkoord met onze privacyverklaring.

Contactpersoon Envora