Trillingen: een onderschat risico in het magazijn
Trillingen zijn een van de minst zichtbare risico's in het magazijn. Een heftruckchauffeur voelt de schokken van vloerovergangen en drempels wel, maar merkt de schade pas na jaren. Toch stelt de Arbowet hier harde eisen aan, met concrete grenswaarden die u niet mag overschrijden.
De regels over trillingen staan in afdeling 3 van hoofdstuk 6 van het Arbobesluit, in de artikelen 6.11 en verder. Ze onderscheiden twee soorten trillingen, elk met een eigen actiewaarde en grenswaarde. In een magazijn zijn het vooral de chauffeurs van intern transport die hier tegenaan lopen.
In dit artikel leest u welke grenswaarden gelden, hoe u de blootstelling beoordeelt in de RI&E en met welke maatregelen u trillingen in uw magazijn terugdringt.
Twee soorten trillingen: hand-arm en lichaam
De wet maakt onderscheid tussen hand-armtrillingen en lichaamstrillingen. Hand-armtrillingen bereiken het lichaam via de handen, bijvoorbeeld bij het vasthouden van trillend elektrisch gereedschap. Ze belasten vooral de bloedvaten, zenuwen en gewrichten in vingers en handen.
Lichaamstrillingen bereiken het hele lichaam via de zitting of de staande voeten, typisch bij het besturen van een voertuig. Ze belasten vooral de rug en de tussenwervelschijven. In het magazijn zijn lichaamstrillingen veruit de belangrijkste vorm, omdat chauffeurs hele dagen op een rijdend voertuig zitten.
Omdat beide soorten een eigen risicoprofiel hebben, hanteert het Arbobesluit voor elk een aparte set waarden. Wie de blootstelling beoordeelt, moet dus eerst weten met welke vorm hij te maken heeft.
Waar trillingen in het magazijn vandaan komen
De belangrijkste bron van lichaamstrillingen is het interne transport: heftrucks, reachtrucks, orderpickers en pallettrucks met meerijdende bestuurder. De trillingen ontstaan door het rijden over een niet perfect vlakke vloer, over vloervoegen, drempels, dockbruggen en kuilen.
Hoe hoger de rijsnelheid en hoe slechter de vloer, hoe zwaarder de trillingen. Ook de staat van de stoel, de banden en de vering van het voertuig bepalen hoeveel trilling de chauffeur uiteindelijk in zijn rug voelt. Een versleten stoel of een harde massieve band vergroot de belasting merkbaar.
Hand-armtrillingen spelen een kleinere rol, maar komen voor bij onderhoudswerk met slijptollen, klopboren of ander trillend gereedschap. Ook dat hoort in de beoordeling thuis, ook al is de blootstellingsduur meestal korter dan bij het rijden.
De grenswaarden uit het Arbobesluit
Het Arbobesluit werkt met twee niveaus per trillingssoort: een dagelijkse blootstellingsactiewaarde en een dagelijkse blootstellingsgrenswaarde, beide berekend over een achturige werkdag en aangeduid als A(8). De actiewaarde is het punt waarop u in actie moet komen, de grenswaarde is de absolute bovengrens.
Voor lichaamstrillingen ligt de actiewaarde op 0,5 meter per seconde kwadraat en de grenswaarde op 1,15 meter per seconde kwadraat. Voor hand-armtrillingen ligt de actiewaarde op 2,5 en de grenswaarde op 5,0 meter per seconde kwadraat. Deze waarden komen uit de Europese richtlijn en zijn overgenomen in het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Boven de actiewaarde bent u verplicht maatregelen te nemen en gezondheidsonderzoek aan te bieden. De grenswaarde mag nooit worden overschreden. De Nederlandse Arbeidsinspectie kan hierop controleren, zeker na klachten of een melding.
Trillingen beoordelen in de RI&E
De beoordeling van trillingen is geen los onderzoek, maar een onderdeel van uw risico-inventarisatie en -evaluatie. Het Arbobesluit verplicht u om de blootstelling aan trillingen in kaart te brengen en te beoordelen of de actiewaarde wordt overschreden.
Die beoordeling begint met de vraag welke functies zijn blootgesteld en hoe lang per dag. Voor de trillingssterkte gebruikt u de emissiegegevens die de fabrikant van de heftruck opgeeft, of u laat een meting op de zitting uitvoeren. Samen met de blootstellingsduur bepaalt dat de dagelijkse waarde A(8).
Leg de uitkomst en de onderbouwing vast. Zo is aantoonbaar dat u het risico kent en, als de actiewaarde wordt overschreden, dat u een plan heeft om de blootstelling terug te dringen. Deze onderbouwing hoort in het plan van aanpak bij de RI&E.
Blootstelling terugdringen: technische maatregelen
De meeste winst zit in de bron en de overdracht. Een vlakke, goed onderhouden vloer zonder scherpe overgangen vermindert de schokken die de chauffeur opvangt. Het herstellen van kuilen, voegen en beschadigde dockbruggen is vaak de goedkoopste en effectiefste maatregel.
De stoel is de tweede sleutel. Een goede geveerde of luchtgeveerde stoel dempt een groot deel van de trillingen, mits hij is afgesteld op het gewicht van de chauffeur. Een stoel die niet is afgesteld of die is versleten, doet zijn werk niet en hoort te worden vervangen.
Ook de bandenkeuze en het onderhoud tellen mee. Een goed onderhouden voertuig met de juiste banden trilt minder dan een verwaarloosd exemplaar. Neem trillingen daarom mee als aandachtspunt bij de periodieke controle en het onderhoud van uw heftrucks.
Organisatorische maatregelen en werkroutines
Naast techniek helpt het om de blootstellingsduur te verkorten. Omdat A(8) afhangt van zowel de sterkte als de tijd, verlaagt u de dagwaarde al door rijtaken af te wisselen met werk waarbij de chauffeur niet op het voertuig zit. Taakrotatie verdeelt de belasting over meer mensen.
De rijsnelheid is een tweede knop. Langzamer rijden over kritische overgangen scheelt direct in de piekbelasting. Een doordacht verkeersplan met logische routes en heldere snelheidsafspraken vermindert de trillingen zonder dat het de doorstroming schaadt.
Instructie sluit dit af. Chauffeurs die weten waarom de stoel goed moet worden afgesteld en waarom ze bij drempels afremmen, dragen zelf bij aan lagere blootstelling. Neem dit mee in de voorlichting en het onderricht aan medewerkers.
Meten of schatten: de dagwaarde bepalen
De dagelijkse blootstelling A(8) berekent u uit twee gegevens: de trillingssterkte van het voertuig en de tijd dat de chauffeur er werkelijk op zit. De trillingssterkte drukt u uit in meter per seconde kwadraat, gemeten op de zitting volgens de meetmethode uit NEN-ISO 2631 voor lichaamstrillingen.
In de praktijk begint u zelden met een dure meting. De fabrikant geeft voor moderne heftrucks een trillingsemissiewaarde op, en samen met een reele inschatting van de rijtijd levert dat een eerste beeld van de dagwaarde. Zit u daarmee ruim onder de actiewaarde, dan volstaat die onderbouwing meestal.
Komt de schatting in de buurt van de actiewaarde of erboven, dan is een echte meting op de betreffende voertuigen verstandig. Die geeft zekerheid over de vraag of maatregelen wettelijk nodig zijn en helpt om de juiste maatregelen te kiezen.
Gezondheidsklachten herkennen en voorkomen
Trillingsschade ontwikkelt zich langzaam. Bij lichaamstrillingen gaat het vooral om lage rugklachten en aandoeningen van de tussenwervelschijven, die na jaren blootstelling optreden. Bij hand-armtrillingen kunnen witte vingers en zenuwschade ontstaan.
Omdat de klachten sluipend komen, is het aanbod van arbeidsgezondheidskundig onderzoek boven de actiewaarde geen formaliteit maar een echt signaleringsinstrument. Vroege klachten die op tijd worden opgemerkt, geven aanleiding om de blootstelling voor die medewerker verder te verlagen.
Preventie is altijd effectiever dan herstel. De combinatie van een goede vloer, een goede stoel, beperkte snelheid en afgewisselde taken houdt de meeste chauffeurs ruim onder de grens waarop klachten ontstaan.
Vastleggen en aantonen
De beoordeling, de gekozen maatregelen en het aanbod van gezondheidsonderzoek horen aantoonbaar vastgelegd te zijn. Bij een controle of na een incident laat dat dossier zien dat u de trillingsblootstelling kent en beheerst, in plaats van dat u er nooit naar heeft gekeken.
Leg per functie vast welke blootstelling is ingeschat, op welke gegevens dat berust en welke maatregelen zijn genomen. Koppel dat aan de onderhoudshistorie van de voertuigen en de stoelen, zodat duidelijk is dat de dempende maatregelen ook echt werken.
Trillingen staan zelden op zichzelf. Ze horen bij het bredere pakket aan verplichtingen rond de Arbowet in het magazijn, samen met fysieke belasting, geluid en veilige arbeidsmiddelen.
Zo helpt Envora hierbij
Trillingen beheersen is een kwestie van beoordelen, maatregelen kiezen en aantoonbaar bijhouden dat die maatregelen werken. Envora brengt die keten samen op één plek, zodat de beoordeling uit de RI&E, de genomen maatregelen en de onderhoudshistorie van uw heftrucks bij elkaar staan.
In het portaal ziet u per functie en per voertuig wat de status is, welke acties openstaan en wanneer de volgende controle nodig is. Zo blijft trillingsbeheersing niet hangen in een los rapport, maar wordt het onderdeel van uw doorlopende compliance.
Daarmee staat het trillingsdossier inspectie-proof klaar naast de andere verplichte keuringen en beoordelingen in uw magazijn, van fysieke belasting tot de keuring van uw arbeidsmiddelen.
Veelgestelde vragen
Zodra de dagelijkse blootstelling boven de actiewaarde uitkomt, moet u maatregelen nemen om de blootstelling terug te dringen en de betrokken werknemers arbeidsgezondheidskundig onderzoek aanbieden. Voor lichaamstrillingen ligt die actiewaarde op 0,5 meter per seconde kwadraat over een achturige werkdag, voor hand-armtrillingen op 2,5. De grenswaarde ligt hoger en mag nooit worden overschreden.
Vooral de chauffeurs van heftrucks, reachtrucks, orderpickers en andere intern transport lopen risico op lichaamstrillingen. Zij zitten hele dagen op een voertuig dat over vloerovergangen, drempels en oneffenheden rijdt. Hand-armtrillingen komen minder vaak voor, maar spelen bij gebruik van bepaald elektrisch handgereedschap. De RI&E maakt duidelijk welke functies daadwerkelijk boven de actiewaarde uitkomen.
Lichaamstrillingen bereiken het hele lichaam via de zitting of de vloer, typisch bij het besturen van een voertuig. Ze belasten vooral de rug. Hand-armtrillingen bereiken het lichaam via de handen bij het vasthouden van trillend gereedschap en belasten de bloedvaten en zenuwen in vingers en handen. Beide kennen een eigen actie- en grenswaarde in het Arbobesluit.
U bepaalt de dagelijkse blootstelling A(8) uit de trillingssterkte van het voertuig en de tijd dat de chauffeur er daadwerkelijk op zit. De trillingssterkte volgt uit een meting op de zitting of uit de emissiegegevens van de fabrikant. In de praktijk begint u vaak met de fabrieksgegevens en een inschatting van de blootstellingsduur, en meet u pas bij twijfel exact.
De grootste winst zit in een vlakke, goed onderhouden vloer zonder scherpe overgangen, in een goede geveerde of luchtgeveerde stoel die op de chauffeur is afgesteld, en in het beperken van de rijsnelheid. Daarnaast helpen de juiste banden, goed onderhoud van het voertuig en het afwisselen van rijtaken met ander werk om de blootstellingsduur te verkorten.
Ja. Het Arbobesluit verplicht u om de blootstelling aan trillingen te beoordelen als onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie. U bepaalt welke functies zijn blootgesteld, schat de dagelijkse blootstelling in en legt vast welke maatregelen nodig zijn. Zonder die beoordeling is niet aantoonbaar dat u de risico's kent en beheerst.
Langdurige lichaamstrillingen hangen samen met lage rugklachten en aandoeningen van de tussenwervelschijven. Langdurige hand-armtrillingen kunnen leiden tot het fenomeen van Raynaud, ook wel witte vingers genoemd, en tot zenuw- en spierschade in handen en armen. Deze klachten ontwikkelen zich sluipend, waardoor vroege signalering en preventie belangrijk zijn.
De grenswaarde is een absolute bovengrens. Wordt die overschreden, dan moet u onmiddellijk maatregelen nemen om de blootstelling terug te brengen onder de grenswaarde en achterhalen waarom de overschrijding is opgetreden. Werknemers mogen niet structureel boven de grenswaarde worden blootgesteld. Anders dan de actiewaarde kent de grenswaarde geen overgangsruimte.